In de discussie of een onderzoek naar acupunctuur wetenschappelijk is,
wordt het begrip wetenschappelijk vaak eenzijdig gedefinieerd.
‘Plausibiliteit’ en ‘dubbelblind onderzoek’ krijgen
overdreven gewicht toegekend. Er zijn immers andere of aanvullende
benaderingen die ook wetenschappelijk verantwoord zijn.
Dubbelblind onderzoek: niet geschikt voor acupunctuur?
Wat is dubbelblind? De patiënt en de arts weten beiden (dubbel) niet
of de patiënt een echte of een neppil (een placebo) krijgt. Of dat er
een echte of een nep-therapie uitgevoerd wordt. De patiënt en de arts
zijn in dit opzicht als het ware blind. Vandaar de term: dubbelblind. Dit
willen wetenschappers graag om ervoor te zorgen dat de verwachting van de
patiënt bij zowel het echte als het nepmedicijn hetzelfde is. Als een
medicijn of therapie dan beter werkt dan het nep-medicijn of de neptherapie,
is het effect daarvan geen placebo-effect. Maar is het effect een teken dat
het middel of de therapie op zich echt werkzaam is.
Ook de dokter mag niet weten of hij het echte of het nepmiddel aan de
patiënt geeft. Of dat hij een echte of een nep-therapie uitvoert.
Onderzoekers hopen zo te voorkomen dat de dokter de patiënt
beënvloedt. Als een dokter positieve of negatieve verwachtingen heeft
van een medicijn of een therapie, kan dat aan zijn gedrag te merken zijn.
Dat zou de patiënt en diens verwachtingen kunnen beënvloeden.
Het dubbelblinde onderzoeksmodel is echter niet geschikt voor onderzoek
naar acupunctuur.
Want dubbelblind onderzoek naar acupunctuur stuit op grote methodologische
problemen. Hieronder treft u er twee aan:
Een acupuncturist kan nooit een punt op iemands lichaam aanprikken en niet
weten of het een echt of een onecht acupunctuurpunt is. Als je een naaldje
zet, weet je altijd waar je dat doet. Daarnaast voelt een patiënt
meestal of een naald wel of niet in een acupunctuurpunt zit. Doen alsof er
geprikt wordt of op een “nep-plek” prikken, werkt dus niet.
Conclusie: het geven van een placebo- behandeling lukt met acupunctuur niet.
Sinds 1959 was het in China standaardprocedure om bij bepaalde operaties
acupunctuur als verdoving te gebruiken. De anestesiologen gebruikten
acupunctuur bijvoorbeeld bij blindedarmoperaties en bij het verwijderen van
de amandelen. De Nijmeegse anesthesist dr. Kho vergeleek in zijn
proefschrift de werking van acupunctuur als anesthetisch en pijnstillend
middel met reguliere anesthetica. Zowel tijdens als na de operatie
(60). Het belangrijkste
verschil tussen acupunctuur en reguliere anesthetische middelen is dat
acupunctuur wel pijnstillend is, maar niet spierverslappend werkt. Als de
chirurg tijdens de operatie bijvoorbeeld aan het buikvlies gaat trekken,
moet de anesthesist wel wat regulier anestheticum bijgeven. Alleen kan er
met veel minder volstaan worden. De hoeveelheid toegevoegd anesthetisch
middel is in de combinatie met acupunctuur meestal niet meer dan 10% van de
normale hoeveelheid.
Van dr. Kho's onderzoek kan men niet eisen dat er een controlegroep van
patiënten had moeten zijn. Die patiënten hadden dan een placebo
als verdoving tijdens de operatie moeten krijgen. Een nepmiddel dus.
Waarschijnlijk zouden er niet veel patiënten aan zo’n onderzoek mee
willen doen.
Omdat acupunctuur niet dubbelblind getest kan worden, krijgt het vaak het
verwijt dat het een placebo is. Uit veel onderzoek blijkt echter dat de
effecten van acupunctuur vaak veel groter zijn dan het placebo-effect.
(1 t/m 35)
Plausibiliteit
Wat is plausibiliteit? Plausibiliteit wil zeggen dat een theorie alleen
maar juist kan zijn als ze aan de volgende twee voorwaarden voldoet. De
theorie moet:
- een logische en
- een zo eenvoudig mogelijke verklaring geven
voor het beschikbare feitenmateriaal. Nu is het vinden van een plausibele
verklaring voor acupunctuur vanuit onze westerse zienswijze natuurlijk
niet zo gemakkelijk. De “oude” Chinezen hadden immers een heel
andere verklaring voor ziekte en gezondheid dan wij tegenwoordig in het
westen.
Een verklaring kan in de ogen van de traditionele Chinese geneeskunde
plausibel (logisch) zijn. Maar is dat vaak niet in de ogen van westerse
artsen. We noemen dit verschil in ziens- en denkwijze ook wel een verschil
in paradigma tussen de Chinese en de westerse geneeskunde.
Plausibiliteit zou sinds de Middeleeuwen geen dominante positie in de
wetenschap meer moeten hebben.(57).
In de Middeleeuwen redeneerde men dat het onmogelijk was dat de aarde rond
zou zijn. Men deed dat op basis van de kennis die men toen had. Toch bleek
enige tijd later de wereld wel degelijk rond te zijn. Helaas komen dit type
dwalingen nog steeds voor in de wetenschap. Immers als iets op een bepaalde
wijze te beredeneren is, gaat men er vaak van uit dat het waar is. Wellicht
zou het beter zijn, ook te kijken wat er gebeurt of wat er werkt.
Jammer genoeg heeft men nog te vaak de neiging onbekende zaken af te wijzen
omdat deze zaken niet in het eigen wereldbeeld passen.
Patiënttevredenheids-onderzoek en kosteneffectiviteits-onderzoek.
Patiënttevredenheids-onderzoeken en kosteneffectiviteits-onderzoeken
zijn nog niet optimaal ontwikkeld. Dit komt door de traditie binnen het
farmaceutisch en academisch onderzoek. In de farmaceutische en academische
traditie bepalen de onderzoekers immers van te voren wat de effecten moeten
zijn die zij meten. Professor Keppel Hesselink is farmacoloog,
arts-acupuncturist en voormalig hoofd van de research-afdeling van Bayer in
Duitsland. Deze hoogleraar vindt dat de patiënt centraal zou moeten staan
in onderzoek. (59) Hij is
van mening dat in onderzoek niet de effecten die de onderzoekers menen te
moeten meten, centraal zouden moeten staan. Wat hij centraal wil stellen,
zijn de klachten van de patiënt. Dat kan in
patiënttevredenheids-onderzoek en kosteneffectiviteits-onderzoek. Uit
deze typen onderzoek blijkt dat acupunctuur geweldig goede
resultaten oplevert.
Veel studies werken echter nog steeds via onderzoeksmodellen, waarbij
acupunctuur niet goed te onderzoeken is. Opvallend is echter dat zelfs uit
deze typen onderzoeken vaak blijkt dat acupunctuur een waardevolle bijdrage
kan leveren bij uiteenlopende ziektebeelden.
(59)
Meer onderzoek nodig
Al neemt het aantal studies toe, er is er nog veel meer onderzoek nodig.
Onder meer naar de effectiviteit van acupunctuur bij aandoeningen die nog
te weinig of niet zijn onderzocht, maar waarbij acupuncturisten in de
praktijk goede resultaten boeken. Zoals bij
reuma, psychische klachten als
depressie en stress, onvruchtbaarheid en lage rugklachten.
Ook is onderzoek naar andere vormen van acupunctuur noodzakelijk. Nu is
vaak alleen de klassieke acupunctuur onderzocht. Maar ook de effecten van
de elektro-acupunctuur, de schedel- of neuroacupunctuur, de ooracupunctuur,
de laseracupunctuur en de acupressuur moeten veel meer worden bestudeerd.
|