Wat is RSI?
De definitie van de Gezondheidsraad luidt als volgt: "“RSI is een
multifactorieel bepaald klachtensyndroom dat leidt tot beperkingen of tot
participatieproblemen. Het is een klachtensyndroom aan nek, bovenrug,
schouder, boven- en onderarm, elleboog, pols of hand of een combinatie
hiervan. Het kenmerk van dit syndroom is een verstoring van de balans tussen
belasting en belastbaarheid. Deze verstoring wordt voorafgegaan door
activiteiten met herhaalde bewegingen van een of meer van de genoemde
lichaamsdelen. Of door een statische houding van een of meer van die
lichaamsdelen. Er wordt verondersteld dat die herhaalde bewegingen of die
statische houding in de ziektegeschiedenis een rol spelen.”
Wat betekenen nu de eerste woorden van deze definitie: “RSI is een
multifactorieel bepaald…”? Multifactorieel wil zeggen dat er niet
één oorzaak is voor RSI, maar vele. Het is niet alleen een
pees, werkdruk of perfectionisme. Neen, per definitie spelen verschillende
factoren een rol.
“dat leidt tot beperkingen of participatieproblemen.” Welnu,
deze woorden betekenen dat RSI per definitie leidt tot een beperking. Dat
wil zeggen dat iemand een bepaalde handeling niet meer goed kan uitvoeren.
Bijvoorbeeld de jas aantrekken, of autorijden of ‘muizen’. Of de
klachten leiden zelfs tot een “participatieprobleem”; iemand kan
ergens niet meer aan deelnemen. Bij RSI is dat in de meeste gevallen het
werk. Kortdurende klachten van voorbijgaande aard, waarbij iemand nog alles
nog kan doen, noemt de Gezondheidsraad dus geen RSI.
“Het is een klachtensyndroom…”. Klachtensyndroom wil zeggen:
een verzameling van klachten en verschijnselen die op de een of andere wijze
met elkaar samenhangen.
“…aan nek, bovenrug, schouder, boven- en onderarm, elleboog, pols of
hand of een combinatie hiervan.” Deze aanduiding van de gebieden waar
RSI voorkomt sluit alle andere gebieden uit. De toevoeging “of een
combinatie hiervan” is vrij essentieel. In de meeste gevallen is dit
namelijk het geval. Mensen met alleen een klacht aan de hand of de elleboog,
vormen een uitzondering.
“verstoring van de balans tussen belasting en belastbaarheid”
Dit betekent dat de eisen die aan iemand gesteld worden de draagkracht van
die persoon te boven gaan.
“voorafgegaan door activiteiten met herhaalde bewegingen van een of
meer van de genoemde lichaamsdelen. Of door een statische houding van een of
meer van die lichaamsdelen.”
De herhaalde beweging kan het klikken van een muis zijn, maar evengoed het
scannen bij de kassa. Of de armbeweging van een violist of een bepaalde
houding tijdens het autorijden. Meestal gaat het om bewegingen van hand,
pols, arm of schouder. Bij beeldschermwerk is er vooral sprake van een
statische belasting van de spieren met weinig afwisseling. Daardoor is de
doorbloeding van de spieren slecht met als gevolg dat de afvoer van
afvalstoffen en de aanvoer van voedingstoffen verslechtert.
“Er wordt verondersteld dat die herhaalde bewegingen of die statische
houding in de ziektegeschiedenis een rol spelen.” Dit betekent, dat er
in het ontstaan van de ziekte sprake moet zijn van herhaalde bewegingen of
statische belasting. Pas dan kunnen we van RSI spreken. Met andere woorden:
als iemand niet kan opschieten met de baas en die persoon krijgt vervolgens
last van zijn nek, dan is dat geen RSI. Er moet een verband zijn tussen de
klachten en werkzaamheden met herhaalde bewegingen en/of statische belasting.
De meest gevolgde therapie bij RSI is: behandeling van het aangedane gebied,
aanpassen van de belasting en aanpassen van de werksituatie. Acupunctuur
behandelt, vaak met succes, het aangedane gebied.
Wie loopt er risico?
Naar schatting lopen in Nederland zo'n twee miljoen mensen risico op RSI.
Beroepsgroepen waar RSI-klachten veelvuldig voorkomen zijn: medewerkers in
de agrarische sector, beeldschermwerkers, callcentermedewerkers en
telefonisten. Verder: doventolken, ICT'ers, journalisten, kappers, koks,
laboratoriummedewerkers, loodgieters en medewerkers in de metaalindustrie.
Verder hebben metselaars, musici, laders en lossers, naaisters, schilders,
schoonmakers, secretaresses, slagers, tandartsen en timmerlieden een
verhoogde kans op RSI.
Scholieren en studenten zijn ook risicogroepen voor RSI. Onderzoek uit 2002
toonde aan dat een schrikbarend hoog percentage (40%) van Utrechtse studenten
met RSI-problemen kampte. Computergebruikers op scholen en universiteiten
worden te weinig geattendeerd op het belang van een goede houding en een
goede werkplek. Verder zorgen deadlines voor het inleveren van verslagen,
werkstukken en scripties voor periodes van piekbelasting.
Zie ook de columns over RSI en column 104 over een tennisarm.
|
|
|
|