Er is geen fundamenteel verschil tussen alternatieve en reguliere geneeskunde. Dat vinden internationale topexperts binnen de geneeskunde. Professor Jan Keppel Hesselink en dokter David Kopsky maken dat duidelijk in hun recente, boeiende en grensverleggende boek over acupunctuur: “Met het oog op de naald”.
Dit boek gaat over de geschiedenis, de Chinese afkomst, de onderzoeksresultaten en de toepassingen van acupunctuur. Eigenlijk zou iedereen die geļnteresseerd is in gezondheid het moeten lezen. Omdat het onomstotelijk de effectiviteit van acupunctuur voor uiteenlopende kwalen bewijst. Dat doen de schrijvers onder meer met ruim 250 verwijzingen naar wetenschappelijke artikelen in medische toptijdschriften.
“Met het oog op de naald” is geschreven in prettige, vlotte en ook voor niet-medici zeer begrijpelijke taal. De schrijvers tonen aan dat acupunctuur in vergelijking met veel reguliere behandelingen vaak goedkoper is. Acupunctuur blijkt kostenbesparingen in de gezondheidszorg op te kunnen leveren.
Voor de patiënt is het verder heel prettig dat acupunctuur vrijwel zonder bijwerkingen is. De enige bijwerkingen die zijn beschreven zijn eigenlijk heel plezierig. Je wordt er rustig en soms soezerig van. Een aantal patiėnten valt zelfs in slaap tijdens een acupunctuurbehandeling.
De schrijvers laten zien dat het inmiddels wetenschappelijk is aangetoond dat acupunctuur werkt. Bewezen is dat acupunctuur angsten, stress en tal van pijnklachten kan verminderen of zelfs verhelpen (bv.migraine). Ook helpt acupunctuur om misselijkheid na een operatie tegen te gaan. Verder blijkt acupunctuur goed te werken bij de aanpak van vruchtbaarheidsstoornissen, bij verslavingen en bij het herstel na een hartinfarct. De bewijzen hiervoor halen de schrijvers aan. Bewijzen die geleverd zijn in onafhankelijke universitaire centra door wetenschappelijke onderzoekers.
Daarnaast bespreken de schrijvers de wetenschappelijke basis of juist het ontbreken daarvan, in de westerse geneeskunde. Zij zijn nogal kritisch over de bewijsbaarheid, het inderdaad evidence based zijn, van veel medicijnen en behandelingen in het reguliere circuit.
Zij constateren dat er terecht wetenschappelijke eisen worden gesteld aan acupunctuur. Maar als acupunctuur daar dan aan voldoet, is het vaak nog steeds niet goed, volgens veel Nederlandse politici en beleidsmakers.
De schrijvers vinden dit merkwaardig. Want in de reguliere geneeskunde worden immers dagelijks tal van behandelingen en geneesmiddelen voorgeschreven waar de bewijsbaarheid ten enenmale ontbreekt.
Ook vinden zij het jammer dat reguliere artsen hun patiënten vaak niet op een therapie als acupunctuur wijzen. Terwijl acupunctuur inmiddels een wetenschappelijk bewezen oplossing is voor tal van aandoeningen.
Het mooie van acupunctuur vinden zij, dat het soms een vervanging kan zijn. Maar dat acupunctuur ook in combinatie met reguliere behandelingen of medicijnen toegepast kan worden. Meestal kan de dosering van die geneesmiddelen dan wel naar beneden.
Het lastige is echter dat reguliere artsen vaak niet correct geļnformeerd zijn over acupunctuur of andere alternatieve behandelwijzen. Gelukkig vinden tegenwoordig aan verschillende universiteiten colleges over acupunctuur plaats. Zodat onze toekomstige artsen meer weet hebben van de werking en de effectiviteit van acupunctuur. Waardoor zij hun patiënten beter kunnen informeren.
Voor de zorg aan patiënten zou er een veel betere samenwerking tussen regulier en alternatief werkende artsen moeten ontstaan. De schrijvers willen met dit boek een bijdrage leveren aan de integratie van acupunctuur in de reguliere geneeskunde in Nederland. Zij vertrouwen erop dat deze integratie in de komende jaren gestalte zal gaan krijgen.