Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam heeft de nieuwe hoogleraar interne geneeskunde Yvo Smulders precies dat gezegd wat ook ik al jaren probeer uit te dragen. Namelijk dat veel van wat er binnen de reguliere geneeskunde gebeurt, helemaal niet bewezen is. Hij zei dit in zijn inaugurele rede op 11 juni 2008.
Volgens professor Yvo Smulders is er vaak geen bewijs voor veel van wat dokters doen of voorschrijven. De professor zegt verder dat, als het bewijs wel aanwezig is, het vaak van slechte kwaliteit is. Ook is het bewijs vaak niet van toepassing op individuele patiënten. Ik ben dat helemaal met hem eens. Bijvoorbeeld: waarom werkt bij de ene patiënt een aspirientje wel en bij de andere niet? En waarom werkt bij die andere patiënt paracetamol wel en bij die ene patiënt niet? Smulders vindt dat “bewijs” ongeschikt is om te dienen als het enige criterium voor bijvoorbeeld de vergoeding van zorg door zorgverzekeringen.
Ik ben met Smulders eens dat het zogeheten “klinisch, epidemiologisch onderzoek” veel nuttige kennis heeft opgeleverd. Het is de basis is voor het opstellen van standaarden om een gemiddelde patiënt te behandelen. Maar volgens professor Smulders bestaat een gemiddelde patiënt niet! En dat is mij uit het hart gegrepen. Ik ben inmiddels bijna dertig jaar dokter. Mij valt nog steeds op hoe verschillend mensen zijn.
Smulders pleit er zeker wel voor epidemiologisch bewijs mee te laten tellen bij handelen bij individuele patiënten. Daar ben ik het eveneens mee eens. Maar ik ben het ook met hem eens als hij stelt dat een dokter ook zijn ervaring, kennis, kunde en gezond verstand moet gebruiken. Professor Smulders zegt tegen ons dokters: “Koester en ontwikkel je subjectiviteit en intuïtie: het zijn geen zonden, maar deugden.”
Bij wetenschappelijk onderzoek naar de werking van acupunctuur is inmiddels veel bewijs gevonden dat het werkt. Opmerkelijker is dat dit bewijs dan vaak weer niet meetelt in de redeneringen van veel professoren. Zoals u misschien in het tv-programma “Uitgedokterd?” van afgelopen vier juni heeft kunnen zien.
Tijdens dit tv-debat gingen voor- en tegenstanders van niet-reguliere geneeskunde met elkaar in discussie. De aanwezige, reguliere professoren gingen echter nauwelijks in op bijvoorbeeld de bewijzen dat acupunctuur werkt. Het is een feit dat het effect van acupunctuur voor veel aandoeningen inmiddels wetenschappelijk aangetoond is. Veel universiteiten in vooral Groot Brittannië en Duitsland doen uitgebreid onderzoek. Maar daar wilden de hoogleraren niets over horen. Een van de professoren presteerde het zelfs te zeggen dat je niet uit kunt gaan van de wetenschappelijke uitkomsten van onderzoek in: “dat soort landen”... Hij vertelde erbij dat het waarschijnlijk aan de katholieke achtergrond van “dat soort landen” lag, dat ze überhaupt wetenschappelijk onderzoek doen naar aanvullende geneeswijzen... Wat hij daar nu precies mee bedoelde werd niet duidelijk. De presentatrice vond dit waarschijnlijk ook iets te gortig en gaf iemand anders het woord.
Er bestaat dus een wonderlijke tegenstrijdigheid. Enerzijds moet in de reguliere zorg alles bewezen zijn (terwijl dit bewijs dus vaak niet of onvoldoende geleverd wordt). Anderzijds tellen bewijzen kennelijk niet als het om bijvoorbeeld acupunctuur gaat. Wetenschappelijk is inmiddels aangetoond dat acupunctuur voor een aantal klachten effectiever is dan reguliere behandelmethoden. Acupunctuur blijkt beter te werken bij onder meer hoofdpijn en migraine, bij lage rugpijn, bij osteoartritis in de knie, bij een tennisarm of bij misselijkheid na een operatie. Maar dat vinden veel professoren kennelijk niet van belang. Wanneer hun Duitse of Britse collega-onderzoekers wetenschappelijk aantonen dat acupunctuur effectief is, dan tellen die bewijzen ineens niet. Dan worden die onderzoekers en hun bewijzen zelfs belachelijk gemaakt. Het is jammer dat er zo veel verkettering is. Want naast de reguliere geneeskunde is een complementaire geneeskunst als acupunctuur hard nodig. In het belang van de patiënt.